We worden alsmaar ouder en blijven langer gezond. Dat klinkt als goed nieuws, maar dat is het niet per definitie. Want de ouderdom komt onvermijdelijk met gebreken. En die gebreken blijken steeds meer in de sociale sfeer te liggen dan in de medische. De hoogste tijd dus om ook daar aandacht aan te besteden.

Mensen in de Westerse wereld worden alsmaar ouder, en we blijven langer gezond. Dat heeft tot gevolg dat we de traditionele verdeling van een mensenleven in drie fasen met één fase hebben kunnen vergroten, naar vier. Na de eerste en de tweede levensfase, respectievelijk de jeugd en de volwassenheid, kwamen we vroeger meteen terecht in de derde en laatste fase, de ouderdom. Tegenwoordig volgt echter steeds vaker eerst een periode waarin senioren ‘niets meer hoeven’, maar wel nog gezond en energiek zijn. Pas in de vierde levensfase, waarin de senior rond zijn vijfenzeventigste terechtkomt, wordt hij kwetsbaarder en hulpbehoevender. De echte ‘oude dag’ is in vergelijking met vroeger dus een heel eind opgeschoven, in ieder geval qua leeftijd.

Goede oude dag

Ook qua gevoel is de oude dag behoorlijk veranderd. Waar de oude dag vroeger bij 65 begon en inhield dat de senior en zijn partner naar een aangepaste woonvorm verhuisden, wordt ‘een goede oude dag’ tegenwoordig gedefinieerd aan de hand van de factoren ‘eigen regie’ en ‘verbondenheid’.

Eigen regie houdt in dat mensen zelf kunnen bepalen hoe ze leven, dat ze zelfredzaam zijn. Een streven dat de Nederlandse overheid met volle kracht promoot. De voortschrijdende ouderdom met al zijn fysieke en mentale beperkingen kan het echter lastig maken om die regie te houden. Daarom heeft de overheid harde maatregelen genomen die ervoor moeten zorgen dat mensen oplossingen zoeken met behulp van hun sociale netwerk.

Het lijkt tegenstrijdig, want eigen regie gaat uit van het principe dat je anderen niet nodig hebt. Terwijl het sociale netwerk dat je ervoor nodig hebt juist staat of valt met verbondenheid. Maar dat is een andere discussie. De slotsom is: terwijl vroeger het verzorgingstehuis het hoogste goed was, is tegenwoordig een goede balans tussen ‘eigen regie’ en ‘verbondenheid’ cruciaal voor een goede oude dag.

Het is echter maar de vraag of de maatschappij hier al klaar voor is. Laten we ter beantwoording van deze vraag eerst naar de cijfers kijken.

Ouderdom in cijfers

Het aandeel ouderen neemt toe
Op dit moment is 1 op de 6 mensen in Nederland ouder dan 65 jaar, tegen 2040 vertegenwoordigen de vijfenzestigplussers een groep van zo’n 4,8 miljoen. Verwacht wordt dat de verhouding in 2050 zelfs 1 op de 4 zal zijn. Ook het aantal 75-plussers neemt sterk toe; dat zijn er nu al ongeveer 1,2 miljoen, bijna twee keer zo veel als in 1980.

Stijgende levensverwachting
Behalve de vergrijzing neemt ook de levensverwachting nog altijd toe. Als we de ontwikkeling uit het verleden doortrekken, zullen mannen die in 2030 65 jaar zijn ruim 2 jaar langer leven dan de mannen die nu 65 jaar zijn; vrouwen zullen bijna anderhalf jaar langer leven. De levensverwachting blijft ook na 2030 toenemen: voor 65-jarigen komt er iedere tien jaar ruim een jaar bij, voor 80-jarigen iedere tien jaar ruim een half jaar.

Aantal 65-plussers en 80-plussers tot 2060

Zelfstandig wonen omhoog
Ook blijft men – uit eigen wil of gedwongen door de overheidsmaatregelen – in toenemende mate langer zelfstandig wonen, zelfs tot op zeer hoge leeftijd. Van de 85- tot 90-jarigen woont 75% nog zelfstandig, van de 90- tot 95-jarigen nog 60%. Pas boven de 95 jaar komt de zelfstandig wonende senior in de minderheid, een kleine meerderheid van 57% woont dan in een verpleeg- of verzorgingsinstelling.

Aantal bewoners in instellingen omlaag
Om de zorgkosten te drukken, heeft de Nederlandse overheid een indicatie voor een plek in een zorginstelling lastig bereikbaar gemaakt: alleen de zwaardere zorgzwaartepakketten worden nu nog toegelaten. Ter indicatie: in 2002 woonde 12% van de 75-plussers in een verzorgings- of verpleeghuis, in 2015 was dat nog maar 8%. In 1980 woonde 20% van de senioren boven de 80 in een verzorgings- of verpleeghuis, in 2010 was dat nog maar 14%. Deze ontwikkeling zal naar verwachting doorzetten, waardoor een groeiende groep ouderen op de woningmarkt actief zal zijn en op zoek zal gaan naar oplossingen om de eerder genoemde goede oude dag te realiseren.

IoT maakt socialer

De korte conclusie op basis van het bovenstaande luidt dat mensen ouder worden, meer tijd hebben om zelfstandig op pad te gaan voordat ze ‘fysiek oud’ zijn, langer thuis moeten wonen en meer moeten vertrouwen op hun sociale netwerk. En op dat laatste – het sociale netwerk – is onze maatschappij niet meer zo goed ingericht. De tijden van het touwtje door de brievenbus van D66’er Jan Terlouw zijn voorbij.

En toch lijkt het erop dat sociaal contact een nieuwe uitingsvorm en een flinke boost heeft gekregen, door ‘the Internet of Things’. IoT is gebaseerd op het idee dat zowel mensen als slimme apparaten met internet verbonden zijn om gegevens uit te wisselen. Dat klinkt klinischer dan het is; gegevens uitwisselen betekent natuurlijk ook gewoon internetbellen of Skypen, of een e-consult aangaan met de medisch specialist. Of verbonden blijven met je kinderen, je mantelzorgers, je thuiszorgorganisatie, je ergotherapeut, (huis)arts of je alarmcentrale.

IoT is nu al wijd verbreid qua toepassingen. Een aantal zorgondernemers is zo slim geweest om met behulp van IoT niet alleen verschillende mensen met elkaar te verbinden, maar ook oplossingen voor verschillende levensfasen te bedenken.

Eigen regie en verbondenheid dankzij het personenalarm

Een voorbeeld van een oplossing die eigen regie en verbondenheid optimaal combineert en dus perfect inspeelt op het gevoel van een goede oude dag is het personenalarm. En dan niet de rode verpleeghuisknop waarmee de nachtzuster geroepen wordt. En zelfs niet de nieuwste met bluetooth uitgeruste armband die bepaalt dat de deur al dan niet open gaat voor een dementerende cliënt. Die devices zijn slechts nuttig in de laatste levensfase.

Maar wel het ‘smart’ personenalarm, dat al naar gelang de geactiveerde features een oplossing biedt voor alle senioren in fase drie of vier. De senior die ‘niets meer hoeft’, maar wel nog gezond en energiek is gebruikt het alarm omdat hij nog in het buitenland lange wandelingen maakt en zeker wil zijn dat hij in geval van nood iemand kan alarmeren. De oudere senior, die kwetsbaarder en hulpbehoevender is, kan zich op de professionele alarmservice abonneren en desgewenst meteen medische hulp inschakelen. Voor de senior die nog ouder is en bijvoorbeeld de eerste tekenen van Alzheimer begint te vertonen, kan bovendien de geo-fencing feature worden geactiveerd; zodra hij zich buiten het gebied begeeft dat de contactpersoon of de zorginstelling ingesteld heeft, wordt het alarm geactiveerd en wordt de locatie via de app doorgegeven. En de dementerende, ten slotte, kan datzelfde device gebruiken, dat voorzien is van een feature die ‘geen beweging’ detecteert, en van valdetectie en locatiebepaling binnens- en buitenshuis. En dat uitgerust is met een ‘tweehandenslot’, dat de drager alleen met behulp van een tweede persoon open krijgt.

Nederlandse zorginnovatie uit België

Een partij die in Nederland hoge ogen gooit op het gebied van deze innovatieve IoT-technologie is het Belgische bedrijf Zembro. Deze zorgondernemer, die het gelijknamige personenalarm op de markt heeft gebracht, heeft heel goed nagedacht over de features die een personenalarm echt multi-inzetbaar maken. Los van de technologische hoogstandjes en de geavanceerde connectiviteitsopties (zo gebruikt de Zembro een eSIM-kaart), is het Zembro-horloge 100% waterdicht, heeft het een batterijduur van 10 dagen en is het in één uur weer opgeladen. Bovendien heeft de startup genoeg ideeën om het device te zijner tijd uit te breiden met andere nuttige features, zoals de koppeling met een ECG-monitor.

Marc Petit, voormalig directeur van de Internationale Stichting Alzheimer Onderzoek Nederland en dementie-expert bij ProMemo gaf al aan onder de indruk te zijn van de totaaloplossing die de Zembro biedt, zowel technisch als sociaal. Net als de zorginstellingen die het personenalarm hebben aangeschaft voor een uitgebreide pilot, zowel voor de thuiszorg als voor hun intramurale en BOPZ-afdelingen.

Om terug te komen op de vraag of de maatschappij al klaar is voor een goede balans tussen ‘eigen regie’ en ‘verbondenheid’: technisch gezien zeker. Sociaal gezien steeds meer.

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann