In de herfst en winter is het soms glijden en glibberen over het fietspad en dat gaat niet altijd zonder valpartijen. Toch kun je heel wat leed zelf voorkomen: de negen meest gemaakte fouten én tips die je behoeden voor een uitglijder.

1. We zetten het zadel te hoog

En da’s lastig met op- en afstappen. Maar dat niet alleen: als je tijdens het fietsen plotseling moet remmen of op glad wegdek terechtkomt, is het handig als je met je voeten bij de grond kunt. Zet het zadel daarom wat lager. Je zult zien dat je je zekerder voelt op je tweewieler omdat je kunt rekenen op je benen als ‘back up’.

2. Je fietsbanden zijn te hard

Laat wat lucht uit je banden lopen. Daardoor wordt het bandoppervlak op het wegdek groter en dat zorgt voor meer grip. Fiets je veel, overweeg dan de aanschaf van fietswinterbanden. Bij lagere temperaturen blijft de rubbersamenstelling van winterbanden soepel en behoudt de band een goede grip. Ook hebben winterbanden een speciaal loopvlak dat bij kou en gladheid zorgt voor beter wegcontact. Check ook of het profiel van je banden nog voldoende is en controleer of er geen steentjes tussen zitten.

3. We fietsen in een (te) lichte versnelling

Kies juist voor een zware versnelling! Door zwaar en rustig te trappen blijft het aangedreven wiel stabiel. Dat geldt ook voor je elektrische fiets: zet niet de maximale ondersteuning aan. Daardoor raak je de controle over je trapkracht kwijt en verlies je feeling met het wegdek.

4. We fietsen door het spoor van een ander

Op zich een logische gedachte, want je hebt er minder weerstand en het is makkelijker om de weg te volgen. Toch kan zo’n spoor van platgereden herfstbladeren of sneeuw verraderlijk glad zijn! Fiets door de verse sneeuw, dat is stroever en vriest minder snel op. Pas wel op met de randen van het fietspad of de weg. Daar hopen sneeuw en ijs zich op en kunnen opvriezen. Bovendien zit er vaak een stoeprand onder.

5. We gaan te langzaaaaam

Want als je langzaam fietst, kun je nooit hard vallen. Toch? Denkfout. Hoe langzamer je fietst, hoe minder stabiel je bent. Dat betekent niet dat je als Tom Dumoulin over het fietspad moet sprinten. Zeker met een (voorwiel aangedreven) elektrische fiets bestaat de kans dat je voorwiel dan gaat slippen en wegtrekken. Advies: pas je snelheid aan de weersomstandigheden aan, maar blijf wel op snelheid.

6. Versleten remmen

Als het glad of nat is op de weg, wees dan voorzichtig met het gebruik van je voorrem, zeker in een bocht. Het gevaar is dat je slipt en uit balans raakt. Of erger nog: je achterwiel komt omhoog en je maakt een koprol over het stuur. Nader je een bocht, minder dan vóór de bocht geleidelijk je snelheid en rem niet in de bocht. Het kan sowieso geen kwaad je remmen regelmatig te controleren. De blokjes kunnen versleten zijn en dan duurt het langer voor je stilstaat. Vertrouw je het niet helemaal? Ga dan naar een fietsenwinkel bij jou in de buurt en laat je remmen nakijken.

7. We zetten een tandje bij…

Maar dan precies op het verkeerde moment, zoals in een bocht (daar is ‘ie weer). Bijtrappen in een bocht is funest als het glad is, zeker als je op een elektrische fiets rijdt.

8. We zijn overmoedig met op- en afstappen

Knullig maar waar: veel ongelukken gebeuren door ondoordacht op- en afstappen. Zorg dat je helemaal stilstaat voordat je afstapt en vermijd schoenen met een gladde zool, anders ga je alsnog onderuit. Heb je een elektrische fiets, neem dan geen aanloopje met de ondersteuning aan: de fiets gaat er vandoor en jij glibbert er hulpeloos achteraan. Leuk voor een filmpje op YouTube, minder leuk als je zelf het lijdend voorwerp bent.

9. We hebben de verkeerde uitrusting

Of helemaal geen uitrusting. Een goede zonnebril en een paar fijne handschoenen zijn echt geen overbodige luxe. Verkleumde handen maken het lastig om te remmen en bij kou of een straffe wind kunnen vochtige ogen het zicht behoorlijk belemmeren. Ook moet het verkeer jou goed kunnen zien: met reflecterende kleding val je lekker op.

 

[Bron: ANWB/Foto: Pixabay]

WP-Backgrounds by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann